Sankt Moritz & de Rhätische Bahn - juli 2011 - reisverslag

Na een jaar onderbreking terug naar naar Sankt Moritz in het hotel   van INTERSOC.

         
         

Ik nam dit jaar een kleine Sony-filmcamera en mijn kleine Canon-fototoestel mee, waardoor het aantal foto's beperkt is,
als ik de fimpljes op YouTube zet is nog niet zeker, er is nog veel werk aan om de bijna drie uur filmmateriaal te bewerken.

 

Dag 1, 14 juli:

de heenreis : De EC 90 "Vauban" rijdt als IC naar Luxemburg - de Vauban is al lang de categorie Euro City niet meer waardig.
Ook jaar rijdt de Vauban tot Chur dus geen overstap tussen Basel SNCF en Basel SBB. In Luxemburg hadden we al 20 minuten vertraging opgelopen, maar de Fransen hebben op "quatorze juillet" hun beste beentje voorgezet en in Basel was de vertraging weggewerkt.

Het weer op de rit langs de Albulalijn was maar somber met veel laaghangende wolken, eens voorbij de Albulatunnel was het wat beter.

 

 

Dag 2, 15 juli:

als naar goede gewoonte acclimatiseren dag (Sankt Moritz ligt op 1750m).

's Morgens een wandeling rond het meer, wat extra informatie halen in het station en via het dorp en de supermarkt (altijd wel iets vergeten) terug naar het hotel.

In de namiddag inlooptocht naar Pontresina en terug met de trein.

 

 

Dag 3, 16 juli:

Eerste kennismaking met de nieuwste telg van de Rhätische Bahn, de "Allegra" voor een ritje naar Alp Grüm. Deze nieuwe motorstellen zijn veel ruimer en comfortabeler dan de vorige reeks en bevatten alle moderne snufjes zonder te overdrijven. Vanuit de eerst klas compartimenten aan beide uiteinde heeft men doorkijk op de bestuurdercabine en het spoor. De machinist leek alvast tevreden, behalve wat kleine probleempjes (kinderziektes, o.a. bij het sluiten van de deuren) en enkele bijregelingen zijn ze zeer bevredigend!

In Alp Grüm eerst moeten schuilen voor een regenbui, daarna richting Sassal Masson een bergrestaurant op 2355 m. Tijdens de klim en daarboven heeft men heerlijke uitzichten op de Bernina en het Puschlav. Na het nuttigen van een Rozenbottelthee de afdaling naar het Lago Bianco aangevat. Onderweg werd de hemel altijd maar dreigender en kort voor ik aan de zuidelijke afdamming van het meer aankwam begon het te gieten en was de zichtbaardheid gedaald tot ongeveer 10 meter. Ik wist goed waar ik me bevond en herinnerde mij dat er aan het andere uiteinde van de stuw enkele bergplaatsen zijn waar ik zou kunnen schuilen. Intussen was het middag geworden en heb ik de lunch gebruikt onder een van overkappingen van die bergplaatsen. Het spoor lag op nauwelijks 20 m voor mij en ik kon het bij wijlen niet zien. Na enige tijd stopte de regen en klaarde het voorzichtig op, de zichtbaarheid werd beter en ik vatte de wandeling naar Ospizio Bernina aan. Naarmate ik vorderde werd het weer steeds beter en ongeveer halfweg waren de lage wolken weg en kon ik het ganse meer zien. De Cambrena agletser bleef in de wolken steken en ik zou na aankomst te Ospizio Bernina nog een klein uurtje moeten wachten vooraleer de wolken ook daar weg waren.

Omdat het weer intussen veel beter geworden was, kon ik de terugrit naar Sankt Moritz meemaken in een open Cabrio-rijtuig.

 


 

 

Dag 4, 17 juli:

Heen en terugrit naar Scuol-Tarasp om aldaar het nieuwe station te bekijken en onderweg de verscheidene stopplaatsen te fotograferen. Onderweg gezien dat men o.a. in Zernez het station grondig vernieuwd, met ondermeer nieuwe overkapte perrons, alles zeer functioneel en zonder onnodige dure prestigebouwselen.

Ook te Samedan is men bezig met de vernieuwing van de perrons en een verbetering van de perronoverkapping en wordt er kant Celerina een tunnel gebouwd onder de weg om de verkeersituatie aan de nu bestaande overweg te verbeteren.

 

 

Dag 5, 18 juli:

Het weer is relatief goed en ik vervolmaak mijn wandeling langs de Berninalijn. Het stuk tussen Diavolezza en Morteratsch had ik nog niet gewandeld. Ik was rond de middag al te Morteratsch aangekomen en besloot om mijn voorziene programma te wijzigen en ging naar de Morteratschgletsjertong om te zien hoeveel die veranderd is in twee jaar tijd. Het viel me op dat vooral het middelste deel van de gletsjertong weggesmolten is en er aan de zijkanten nog restanten zijn van ijs. Ook wordt een stuk rots dat midden de gletsjertong steekt goed zichtbaar. Het valt ook op dat er vanaf grotere hoogte al veel water naar beneden vloeit. De stroming van het smelt water is heviger dan ooit en men heeft zelfs een brug gebouwd om die waterloop van smeltwater te kunnen oversteken.

 

 

Dag 6, 19 juli:

Tijd voor een wandeling tussen Surovas en Pontresina langs het Bernina Bahnlehrpad, waar een aantal informatieborden uitleg geven over de rijke geschiedenis van de Berninabahn.
Na de middag een beetje uitgewandeld richting station (had last van mijn beenspieren) en in het station was men de nieuwe sneeuwruimer voor de Berninabahn aan het testen.

 

 

Dag 7, 20 juli:

Het is gesneeuwd tot op 2000 m. Met de bus naar Zuoz (een uurtje rijden - men komt zo ook eens in andere kleine dorpjes) op zoek naar een woordenboek Reto-Romaans. uiteindelijk vind ik via verkregen inlichtingen hier en daar een boekhandel te Celerina, maar die is slechts drie namiddagen geopend. Nog wat treinen gefotografeerd te Sankt Moritz.

Na de middag mee met de Intersocgids voor een wandeling tussen Madualin en Zuoz. Op de info stond hoogteverschil 100 m! (inderdaad Zuoz ligt 100 m hoger dan Madulain, maar de wandeling ging via het bos en hiervoor moesten we eerst 300 m klimmen - iets waar enkele mensen niet op gerekend hadden). Te Zuoz (een mooi typisch dorpje) raakten we plots het spoor bijster van onze gids (een aantal mensen wou die typische huizen fotograferen en achteraf bleek dat de gids het kerkje binnengegaan was zonder te wachten op de 15 mensen die nog achterop kwamen - een grove fout van de gids). Het gevolg was dat we dan maar naar het station van Zuoz zijn verdergewandeld en met de eerst volgende trein terugkeerden naar het hotel (de gids was intussen wel al opgedoken)

 

 

Dag 8, 21 juli:

Feestdag van een land met koning maar zonder regering!
De weersvoorspellingen zijn goed (al zijn die Zwitserse Frank en Sabine al even onbetrouwbaar als de onze) tijd voor een uitstap naar Filisur om er het vernieuwde Landwasserviaduct te bewonderen vanop het uitzichtspunt Schmitten. Er is ook nog een uitzichtspunt langs de kant Filisur en ik ontdek dat er een nieuw en korter pad werd aangelegd vanaf de Landwasser naar dat uitzichtspunt. na enige tijd trok de hemel dicht en begon het te regenen zodat ik mijn filmsessie moest afbreken en terugkeren naar Filisur Onderweg even geschuild onder een brug onder de spoorlijn en de in en uitrijdende treinen kunnen filmen (het regende intussen minder). Dan terug naar het station Filisur en op de terugrit nog wat achterwaarst (vanwege de regen) gefilmd vanop de trein. Te Bergün is men volop bezig met de modernisering van de perrons met luifels en het verwezenlijken van een aansluiting van het naast het station in opbouw zijnde spoorwegmuseum.

 

 

Dag 9, 22 juli:

De weersvooruitzichten zijn redelijk en ik beslis om naar Alp Grüm te rijden en daar pas te beslissen wat ik ga doen. Het weer boven op de Bernina is mooi en ik maak de afdaling naar het Palümeertje dat onderaan de Palü gletsjer het water opvangt om een krachtcentrale te voeden.
Aan het meertje heeft men een mooi zicht op de afdaling en de keerlussen tussen Alp Grüm en Cavaglia. Vanaf het stuwmeer afgedaald via een steil en smal pad naar Cavaglia. Onderweg passeert men enkele prachtige rotsformaties en meerdere watervalletjes, de natuur is er prachtig en het is er zeer rustig. Veel wandelaars komt men niet tegen, het is een nijdige en moeilijke klim van 200 m, de afdaling is ook niet te onderschatten, men moet regelmatig goed uitkijken welk paadje men zal kiezen.

Van Cavaglia met de trein terug naar Ospizio Bernina om er nog eens de Cambrenagletsjet te bewonderen en een bezoekje te brengen aan de tentoonstelling over 100 jaar Berninabahn.

 

 

Dag 10, 23 juli:

terugreis: vroeg uit de veren

De terugreis verloopt voorspoedig en er wordt geen vertraging gemaakt onderweg zodat we op tijd aankomen te Brussel (we stonden wel 10 minuten stil in Brussel-Luxemburg omdat we te vroeg waren. Waarom er dan nutteloos 10 minuten moet gewacht worden is voor vele medereizigers onbegrijpbaar, te meer daar er achter de Vauban een trein volgt op enkele minuten!)

Van de gereserveerde zitplaatsen op de trein zijn we NIET tevreden en hebben dit ook aan de treinbegeleider gemeld. We hadden plaatsen 101 en 102 vlak bij de deur naar het balkon en de wagenovergang. Op die plaats heb je sowieso al meer geluid en trillingen van de wielen en komt daarbij nog het telkens opengaan van de tussendeur en de deuren van de wagenovergang. De tussendeur sluit dan telken met een klap. Rustig naar muziek luisteren zit er ook niet in, het omgevingslawaai is te hoog en de vele passages van andere reizigers verstoren de rust. Intersoc zou toch voor deze lange rit tussen Basel en Brussel kunnen zorgen voor zitplaatsen in het midden van het rijtuig.
Het einde van een alweer mooie vakantie. Bij leven en welzijn gaan we volgend jaar terug.