Voor het derde jaar op rij zijn mijn
echtgenote en ikzelf op zomervakantie geweest naar Sankt Moritz in het hotel
Stahlbad van INTERSOC.
Dag 1, 17 juli:
de heenreis : Doordat de EC 90 "Vauban"
vanaf 2007 25 minuten later vertrekt uit Brussel en op de reisweg in enkele
(onbenullige) stations een bijkomende halte heeft, zijn we bij aankomst in
Basel SNCF te laat om een aansluiting te hebben met een van de treinen naar
Chur (zoals in het verleden) en zijn we genoodzaakt om bijna een vol uur rond
te hangen in Basel SBB. Nu wat kun je doen als je een zware valies en dito
rugzak meesleept, juist Niks...
Hierdoor kom je een uur later op je eindbestemming aan en is er die avond zelfs
geen tijd meer voor een korte wandeling. |
|
Dag 2, 18 juli:
als naar goede
gewoonte acclimatiseren dag (Sankt Moritz ligt op 1750m)
Na een ochtendwandeling rond het
meer, het aanschaffen van een Graubünden Ferienpass Abonnement (als ik daar veel
prijsvoordeel uit haal, weet ik niet, maar het is makkelijk en je kunt je reisweg
naar willekeur aanpassen) en de obligate boodschappen is het in de namiddag tijd
voor de traditionele inlooptocht naar Pontresina. Omdat ik tamelijk vroeg al in
Pontresina aankwam, besloot ik op met mijn Engadin Verbund Gästeabonnement
(vrije toegang tot alle openbaar vervoer) mee ter rijden op de Berninapass in
zo'n open panoramisch wagentje van de RhB tot in Alp Grüm. Onderweg kan ik
genieten van het mooie steeds variërende landschap en van de krachttoer die men
indertijd uitgehaald heeft om deze spoorlijn over de Berninapass aan te leggen
(stijgingen tot 7%). Van boven op Alp Grüm heb je een prachtig uitzicht op de
Palü Gletsjer, het Puschlav met het Lago Poschiavo en zie je duidelijk het
station Cavaglia liggen (400 m lager dan Alp Grüm).
De terugrit
naar Sankt Moritz in de ABe 47 was interessant, de deur van de bestuurder stond
open, wat een andere kijk geeft op de spoorweg. |
 |
|
Dag 3, 19 juli:
Landwasser viaduct
en Viaduct van Wiesen
Na de rit van ongeveer een uur naar
Filisur, volgt een korte wandeling naar het uitzichtpunt op het Landwasser viaduct
gelegen nabij de ingang van de Landwasser tunnel.
Na het nemen van enkele foto's en het verorberen van een gezond tussendoortje,
vat ik de wandeling aan naar het viaduct van Wiesen. De wandeling is ongeveer 5
km lang en door het hoogteverschil ben je bijna 2 uur onderweg tot aan het punt
dat een mooi uitzicht geeft op het viaduct van Wiesen. Tijd voor een middagpauze
en enkele foto's.
Na de middag wandel ik over het viaduct naar de
andere kant en daal via een relatief gemakkelijke weg af tot aan de
Landwasser om verder te wandelen tot onderaan het Landwasser viaduct. Met
een goede stafkaart en wat opletten kom je juist terecht. De landwasser is
een rustig stromend riviertje waar het heerlijk toeven is. Onderweg is er
blijkbaar een steenlawine of grondverschuiving geweest en moet een omweg
gemaakt worden (met klim) via een recent aangelegd pad.
Onderaan het Landwasser viaduct krijgt men pas
een goede indruk over dit prachtige bouwwerk.
Vanaf hier is het weer 200 m stijgen via een nijdige (en op wilskracht
uitgevoerde) klim naar het uitzichtpunt (recent voorzien van een bank en een
afsluiting).
Hier kan ik ten volle genieten van het prachtige viaduct in de namiddagzon.
Via dezelfde we terug naar de Landwasser en verder naar Filisur (dat ook 100m
hoger ligt, maar via een eerder gemakkelijke weg); en terug met de trein naar
Sankt Moritz. |

 |
|
Dag 4, 20 juli:
het Kreisviadukt van
Brusio en Tirano
Met de trein
over de Berninapass naar Brusio naar het beroemde Kreisviadukt waar men rond de
middag de vele Bernina Expressen kan fotograferen. Het is in Brusio lekker warm.
Na de middag met de trein verder tot in Tirano. In Tirano reserveer ik me een
plaats in een panoramisch rijtuig voor de terugreis (CHF 7).
In Tirano heb ik nog enkele "lelijke" FS-treinen gezien, en ben dan naar de
Madonna di Tirano gewandeld, waar de RhB-treinen vlak ervoor voorbijrijden. Het
RhB-station van Tirano is recent volledig vernieuwd.
De terugrit naar Sankt Moritz in het geklimatiseerde panoramarijtuig is zoals
verwacht adembenemend en men krijgt er commentaar over de interessante plekjes
die voorbijglijden. Het wordt wat onrustig op de trein als die na een twee keer
plots gestop te hebben, lichtjes achteruitbolt voor die terug verder rijdt - er
was blijkbaar een probleem met een van beide motorwagens en op die sterke
hellingen is veel trekkracht vereist. |
 |
|
Dag 5, 21 juli:
tijd voor de nostalgische Glacier Express en
een wandeling naar de
Montebellobocht
Die dag rijdt een nostalgie Glacier
Express, zoals die reed 75 jaar terug.
De mooie "Krokodill" Ge 6/6 I 412 zorgt
voor de nodige trekkracht.
Na de middag naar Morteratsch gespoord en een wandeling gemaakt langs de Ova da
Bernina (met de vele watervalletjes) tot aan de Bernina pass strasse.
Hier foto's gemaakt van de Morteratsch Gletsjer en natuurlijk van de trein die
hier deels vlak naast de weg rijdt. Het uitzichtpunt aan de Montobellocurve
is een echte aanbeveler, waar dan ook veelvuldig gestopt door autocars en
personenauto's vanwege het prachtige uitzicht op de Morteratsch gletsjer en de
voorbijrijdende treinen.
Na het nemen van enkele foto's langs de Ova da Morteratsch keer ik terug naar
het hotel. |
 |
|
Dag 6, 22 juli:
de weersvoorspelling
is niet echt goed, maar toch waag ik het erop om van Ospizio Bernina via Alp
Grüm naar Cavaglia te wandelen
Met de trein naar het station
Ospizio Bernina dat tevens het hoogst gelegen station is van de lijn (2256m).
Na het nemen van wat foto's van de Cambrena Gletsjer vat ik de wandeling aan
richting Alp Grüm. De wandelweg loopt zoals het spoor parallel met het Lago
Bianco. Een eindje voorbij het station van Ospizio Bernina ligt het hoogste punt
van de lijn (2266m). De weergoden zijn wispelturig en ik waan me een ogenblik
terug in ons vaderlandje en moet snel mijn regenjas en bescherming voor mijn
rugzak een fototas aantrekken. Uiteindelijk is de binnenkant van mijn regenjas
natter van het zweten, dan de buitenkant van de druilregen.
Op het eind van het Lago Bianco, aan de zuidelijke stuwdam houdt het op met
regenen en als ik 's middags net voor de galerij van Alp Grüm mijn middagpauze
nemen schijnt de zon terug en kan ik genieten van het steeds wisselende
schouwspel van wolken boven de Piz Palü en de gelijknamige gletsjer. (Bij het
maken van foto's van de treinen bovenop een muur nabij Mot, word ik veelvuldig
gefotografeerd, blijkbaar ben ik een rare vogel...)
Na de middag vang ik de afdaling naar Cavaglia aan. Cavaglia ligt 400 m lager
dan Alp Grüm en al is het naar beneden, het is behoorlijk vermoeiend. Ik passeer
het kruisingsstation Stablini en in de bocht van La Dota staan nog enkele houten
bovenleidingpalen (die vervangen zullen worden, de voetsteunen voor de nieuwe
palen zijn al gegoten). Onderweg maak ik een ommetje naar het 22m hoge Val Pila
Viaduct dat drie bogen bezit, 35 m lang is een boogstraal heeft van 50m. Voor
het viaduct is er aan de zuidkant een lawinegalerij van 88m.
Omdat het beste plaatse om foto's te nemen aan de andere kant van de Ova da Pila
ligt (tevens een schaduwplekje) besluit ik om voorzichtig het riviertje over te
steken en over de vele losliggende stenen het begeerde plaatsje op te zoeken. Na
het nemen van enkele foto's keer ik behoedzaam via dezelfde weg terug, maar bij
het oversteken van het beekje gaat het mis. Ik had nochtans goed gevoeld als de
steen die ik wou gebruiken om droog het riviertje te kruisen wel vast lag en ik
voldoende steun had, maar toen ik mijn gewicht van mijn ene voet naar de
andere verplaatste gleed ik weg, met als gevolg een half nat pak, maar verder
geen erg (gelukkig was er geen water in mijn schoenen gelopen).
Na een frisse pint in het cafeetje nabij het station van Cavaglia keer ik terug
naar Sankt Moritz in zo'n open panoramisch wagentje. |
 |
|
Dag 7, 23 juli:
dagwandeling met mijn wederhelft naar de meertjes boven Sils Maria
Na een busrit en het overbruggen van
516 m hoogteverschil met de kabelbaan wacht een wandeling van ongeveer 6 km en
een maximaal hoogteverschil van 333 m (men vergeet er in de beschrijving wel bij
te vertellen dat het verschillende keren naar boven en terug naar beneden gaat,
waardoor de uiteindelijke klim een stuk meer is) het hoogste punt ligt op 2600m.
De Malojawind is nogal stevig en een windvrij plaatsje zoeken rond de middag is
niet makkelijk.
Voor de afdaling naar Sils besluit mijn wederhelft om die te voet te maken en
niet met de kabelbaan en omdat ik blijkbaar wat last heb van de hoogte en de
inspanning scheiden onze wegen hier tijdelijk en besluit ik om haar op
strategisch goed gelegen plaatsje op te wachten, want zoals verwacht was ze erin
geslaagd om het verkeerde pad te nemen. (maar eind goed al goed) |

|
|
Dag 8, 24 juli:
op mijn planning
staat een uitstap naar het autolaadstation van Selfranga (nabij Klosters) maar
de weersvoorspelling is niet goed.
Ik vertrek 's morgens nog in de zon
richting Filisur, maar reeds in Bergün hangen de wolken zo laag dat ze het hele
dal tussen Bergün en Filisur vullen. Via Davos dan naar Klosters met onderweg
nog steeds zon.
In Klosters echter
zit alles dicht en na het ophalen van een stadsplannetje bij de VVV vertrek ik
naar Selfranga. Na ongeveer een kilometer wandelen barst een onweer los en ik
kan gelukkig schuilen onder een carport. Omdat ik Selfranga steeds meer in de
wolken zie verdwijnen, keer ik terug naar het station (de onweersbuis is over).
Het weer blijft evenwel slecht en ik keer terug naar Davos om met de Postauto de
Flüelapass over te steken.
De rit is vooral in het tweede deel behoorlijk spectaculair en we kruisen zelfs
een gespan met zes paarden dat een natuurgetrouw nagebouwde postkoets trekt. De
wolken hangen maar enkele meter boven het hoogste punt van de pass. Via het
station van Susch gaat het terug richting Sankt Moritz. |


|
|
Dag 9, 25 juli:
Ik besluit om in de
voormiddag de toerist uit te hangen en na de middag foto's te nemen in het
Rosegdal nabij Pontresina
Het slechte weer van gisteren is
volledig weg en enkele eenzame wolkjes versieren de hoogste bergtoppen. De lucht
is prachtig blauw. Via het centrum van Sankt Moritz beland ik in Samedan voor
wat treinspotting. Tegen de middag keer ik terug naar het hotel en maak
ondertussen enkele vakantiefoto's rond het meer.
Na de middag rij ik met de bus naar Pontresina en wandel het Rosegdal in tot op
de plaats waar de Berninalijn de Ova da Roseg kruist. In deze omgeving maak ik
wat foto's en keer rustig terug naar Pontresina en verder naar het hotel. |


|
|
Dag 10, 26 juli:
terugreis: vroeg uit de veren, met de trein van
8.02 uur in Sankt Moritz gaat het richting Chur en dan verder naar Basel SBB in
een van die comfortabele dubbeldekkers van de SBB. Onze M6 kan de
vergelijking niet doorstaan qua (rij-)comfort!
Vanaf Basel SNCF terug met de Vauban naar Brussel, waar we ondanks een
noodremming in Frankrijk op tijd aankomen. Het einde van een alweer mooie (te
korte) vakantie. Bij leven en welzijn gaan we volgend jaar terug. |